De Death List van een stagiair (vol. 1)

“Joren volgende week is je laatste week bij Sigmund.” Wat?! Nu al? Soms lijkt het alsof ik gisteren pas begon. Oké, nog één week te gaan en dringend tijd dat ik hier wat zeg over mijn avontuur bij Sigmund. Een leerrijk avontuur natuurlijk. Zo leerde ik dat bijna niemand* hier tomaten lust, het allemaal kattenmensen zijn en dat het een schande is dat ik Moulin Rouge nog nooit heb gezien. (Een film die de helft hier moeiteloos kan meezingen.) Resultaat: niemand steelt mijn snoeptomaten, ik voelde me meteen thuis als dierenliefhebber en ik besloot gisterenavond voor een keer niet te bingewatchen maar een film te kijken. 

Snikheet, duizend graden, warme laptop op de schoot. Het is eind mei, het lijkt wel hoogzomer en ik ben helemaal klaar om een filmpje te kijken. Kill Bill staat op het menu. (Surprise! Moulin Rouge zal nog even moeten wachten.) Op aanraden van mijn vriend; en het is ten slotte toch ook een klassieker? Ik moet zeggen, ik was aangenaam verrast door Quentin Tarentino’s stijl. Zo aangenaam verrast dat ik besloot mijn stage te vergelijken met Kill Bill: Vol. 1. (Opgelet: deze blog kan spoilers bevatten!)

SIGMUND: VOL. 1

Vol goede moed begon ik aan mijn stage bij Sigmund. Net als de openingsscène van Kill Bill was alles in het begin wat verwarrend, er komt veel op je af en je hebt geen idee wat er gebeurt. Gelukkig stonden Guy, Katleen, Hanne en Matthias over me heen gebogen wanneer ik van de schrik bekwam. In tegenstelling tot de Deadly Viper Assassination Squad stonden ze niet klaar om me te vermoorden, maar hielpen ze me zeer geduldig op weg. Ik geef toe, in het begin was het wat zoeken, maar in de loop van die eerste week werd alles langzaam duidelijk. Wat er van me verwacht werd én wat ik van hen verwachtte. Dat mag niet vergeten worden, als stagiair heb je zelf ook verwachtingen en het is belangrijk dat je die ook aanhaalt, eender waar je stage gaat lopen. 

Zo werd er bij Sigmund vanaf dag één rekening gehouden met mijn verwachtingen en met de dingen die ik wilde bijleren. Vanaf week twee was ik dan ook helemaal in gang geschoten en volledig klaar om de uitdaging aan te gaan. Natuurlijk komen er bij uitdagingen altijd obstakels kijken (die je in je gezicht schieten), maar dat is geen probleem. Obstakels zijn er om overwonnen te worden. Daarom presenteer ik jullie met trots “De death list van een stagiair”.  Op mijn lijst staan enkele obstakels die ik tijdens mijn stage hoop te overwinnen. 

(1) O-WAT BEN IK MOE 

Het eerste obstakel dat ik tegenkwam was het hoge tempo. In een communicatiebureau staat de tijd niet stil, maar dan ook echt nooit. Er is altijd wel wat (lees: veel) te doen. In het begin was dit een beetje angstaanjagend, maar wat wil je, ik maakte toen maar amper deel uit van dat killer team. Daarnaast kwam ook nog kijken dat het soms leek alsof ze het allemaal zo druk hadden dat je stoorde als je iets zou vragen. Dat was echter helemaal niet het geval, wanneer je iemand nodig hebt staan ze haast te springen om je verder te helpen. Al snel zat ik mee in het tempo en werden de vragen door de ruimte geslingerd (wederzijds) en liep ik fluitend door de gang.

Bij Sigmund ben je een volwaardig deel van het team en moet je ook je verantwoordelijkheden opnemen. Je kan haast niet anders dan meevolgen en pikt het tempo vanzelf op. In het begin is het even wennen, maar daarna is dat hoge tempo helemaal niet meer zo erg. Je hebt altijd wat om handen en je zal je nooit vervelen. Het enige nadeel dat ik ondervond was de vermoeidheid. Mijn lichaam was het werkritme 7u opstaan, half 7 thuis helemaal niet gewoon waardoor ik de eerste twee weken ’s avonds steevast doodop in mijn zetel plofte. 

Obstakels zijn er om overwonnen te worden. Zo begon ik aan mijn lijstje. Net zoals in Kill Bill streep ik nu ook mijn eerste naam door. Het hoge tempo is al lang geen obstakel meer en mijn bioritme heeft zich al helemaal aangepast (lees: zelfs op zondag word ik wakker om 7u). Tijd om het volgende obstakel aan te pakken. 

(2) Vanet-iets te snel

Jammer genoeg heb ik geen Pussy Wagon zoals Black Mamba (of Astrid Bryan) om mij te verplaatsen en moet ik het doen met het openbaar vervoer. Dat is al een obstakel op zich, maar ik wil jullie niet vervelen met hoe ik elke ochtend wacht op de tram die mooi op tijd op het perron van premetrostation Astrid stopt. Bij het opstappen weet mijn partner in crime (lees: medestagiaire), Elena, mijn bubble dan steeds te doorprikken door te zeggen dat het eigenlijk de tram is van 10 minuten eerder.  Het openbaar vervoer in deze prachtige stad mag dan misschien niet zo punctueel zijn, ik heb niet te klagen, Elena is iets langer onderweg. Hoe lang? Dat lees je in haar blog.

Back-to-business, tijd om mijn volgende obstakel onder handen te nemen. Ik ben een buitenbeentje. Ik ben een Limburgs buitenbeentje in ’t Stad. Ik ben een snel sprekend Limburgs buitenbeentje in ’t Stad. Voilà, het is eruit. Nu hoor ik je al denken: “Maar dat is toch positief? Een Limburger die wat sneller praat valt toch minder hard op in Antwerpen en is dus toch ook minder een buitenbeentje dan?” Was het maar zo simpel. Ik woon en leef nu vijf jaar in de mooiste stad van het land, kwam er de liefde tegen, ontdekte de vele cafeetjes en ik hou van Antwerpen met al zijn (on)deugden. Kortom, ik kan wel zeggen dat ik geïntegreerd ben. Maar één ding bleek toch niet zo’n voordeel op lange termijn: mijn spreektempo.

Ik geef toe, het is altijd leuk wanneer vrienden pas na zes maanden doorhebben dat je stiekem een undercover Limburger bent en tijdens mijn (niet afgemaakte #NoShame) opleiding Toegepaste Taalkunde was het ook altijd leuk om te horen dat ik een goede uitspraak had. Jammer genoeg evolueerde dit snel, heel snel tot een probleem. Een heel snel probleem. Woorden worden ingeslikt of de luisteraar kan gewoon niet volgen. Oeps. In een communicatiebureau is communicatie best wel belangrijk, tijd dus dat ik er echt iets aan doe. Spraakcoaching en ademhalingsoefeningen helpen me hopelijk snel over dit obstakel zodat ik ook mijn spreektempo van mijn death list kan schrappen. Net zoals Uma Thurman in Kill Bill ga ik niet opgeven voor mijn dikke teen gaat wiebelen.

*Wiggle your big toe. Wiggle your big toe. Wiggle your big toe.

END CREDITS

Dat was het dan voor Vol. 1. Wie weet komt er nog eens een tweede deel waarin ik je vertel hoe ik de rest van mijn obstakels overwon. Voorlopig laat ik het bij deze twee, maar ik heb wel nog een word of advice voor al die groentjes die denken dat ze een stage bij Sigmund aankunnen: GA ERVOOR! Niet twijfelen, als je denkt dat dit iets voor jou is moet je het gewoon doen. Mijn stage is een van de leerrijkste momenten uit mijn ganse schoolcarrière, ik raad je dus zeker aan om een stageplek te kiezen waar je 100% voor wil gaan. 

En wanneer je dan een stageplek hebt gekozen raad ik je ook aan om er 100% voor te gaan. Wees niet de stagiair(e) die in een hoekje zit te wachten op een taak, maar toon initiatief. Misschien lijkt het niet zo, maar je hebt best wel wat geleerd in die jaren dat je op de schoolbanken zat. Laat zien wat je in je mars hebt en hou je vooral niet in. Ik hield me in ieder geval niet in en I got bloody satisfaction.

-------

 

Written and Directed
By
(Quentin Tarantino)
Joren Reynders

Based on the character
 of “The Intern”, created by 
J & S

*Blijkbaar lusten er maar 2 van de 4 geen tomaten… maar van de rest wist ik het niet totdat ze het opmerkten na het lezen van deze blog.  De zin beschrijft dus mijn waarheid, zoals ik deze zag. En die zin klonk echt te goed zo om hem nog aan te passen.